Vergeten. Ik ben gewoon mijn kinderen vergeten.
Straal vergeten.

Besef me dat op het moment dat ik met een kop koffie aan de telefoon zit met mijn vriendin. Ik hang op. Opeens weet ik dat mijn kinderen al een kwartier aan het wachten zijn bij het zwembad. Verkleumde kinderen huilend in het hokje stel ik me zo voor. Hun lippen kleuren al blauw. En ondertussen kijken “meelevende” ouders naar hen. Zij zijn wél op tijd.

De race, turbocursus en Luizenmoeders

 

Ik spring de auto in. Mijn 14 jaar oude bakkie heeft vleugels gekregen want de drempels lanceren ons. Wat ga ik tegen mijn kinderen zeggen? De waarheid dat ik helemaal 12 uur in gedachten had in plaats van half twaalf? Of zeg ik dat de auto niet aan ging? Of zeg ik sorry.

Waarom verzin ik eigenlijk een verhaal?

De zondag hardlopers steken woest hun vuist op als ik ze voorbij race. In die 5 minuten van paniek stel ik me de Luizenmoeders voor. Straks als ik naar binnen ren, zullen ze me afkeurend bekijken. ” Wat voor moeder is ze eigenlijk? Zou mij nooit overkomen.”

Ik zie mezelf uitleggen dat de Turbocursus A en B twee uur duurde in plaats van deze 1,5 uur les voor diploma C. Maar dát moet ik niet gaan zeggen. Nee, want à la minute transformeren die gezichten tot monsters met hoogst verbaasde gezichten. En die afschuw.

Ja, ik zie ze denken. “Hebben die kinderen van jou hun A- diploma in zes weken gehaald? En hun B ook? Dat doe je toch niet. Dan kunnen ze toch nog niet zwemmen. Dan ga je ze zeker ook weer alleen laten bij het zwembad.” Ik ratel door dat ze hun diploma C wel in 12 weken gaan halen.

In deze horror-movie kijk ik bedompt en schuldbewust naar beneden.” Ja jullie hebben gelijk. Ik ben een slechte moeder.” Ik wil nog de zwemmeester napraten door te zeggen dat diploma A is van Aanleren, B is van Beter worden en C is van Champion. En of dat het een beetje goed maakt.

Na 5 minuten, waar je normaal 10 minuten over doet, race ik de parkeerplaats van het zwembad op. Ga ik rustig, cool en stoer naar binnen lopen of laat ik wel zien dat ik me gehaast heb en ga ik rennen? Ik doe het laatste.  Ik sprint met mijn koffie en gevulde vette koek in mijn buik naar binnen.

Die ene vader en mijn dochters

En wat ik zie, verrast me enorm. Mijn dochters zitten aangekleed te wachten in de wachtruimte. De oudste vetert haar schoenen en de jongste roept dat ze wel wist dat ik zou komen. In mijn ooghoek zie ik dat ouders hun boek hebben weggelegd. Ook de laptop wordt dichtgeklapt. Zo, die gaan er even lekker voor zitten. Ik durf ze niet aan te kijken en focus mij volledig om op die ene veter die nog los zit.

Ik vertel de meiden de waarheid. Dat ik in de war was met de turbocursus. Het spijt me enorm. Ik ben heel trots op ze dat ze al helemaal aangekleed zijn. Nog steeds is mijn wereld gericht op die veter. Ik kan die Luizenmoeders niet aan.

In een split second besef ik me dat dit een goede filmsetting is. Het zwembad met het aan- en uitkleden van de kinderen. Moeders met blauwe beschermhoesjes om hun schoenen die je vuil aankijken als jij te laat bent. En dus zonder hoesjes naar binnen gaat. Die je sneu aan kijken als jouw kind bang is terwijl hun kind ‘echt een waterrat’ is. Dat je vergeten bent dat het vandaag met kleren aan zwemmen is. Dat regenlaarzen echt niet handig zijn.

Ben ik een goede moeder of ben ik gek?

In mijn ooghoek zie ik een vader zitten. Meteen denk ik dat vaders relaxter zijn want die doen het ook nooit goed bij hun vrouwen. Ik verbaas me als ik in zijn ogen kijk. Een lachend begripvol gezicht. “Je mag trots zijn op je dochters. Echt ze zijn heel zelfstandig opgevoed. Ja echt.”

Blijkbaar kijk ik schaapachtig of ongeloofwaardig omdat hij het twee keer zegt. Ik stamel een dank je wel en merk dat alle moeders mij aardig aankijken. Helemaal niet wat ik zojuist heb afgespeeld in mijn hoofd. 

Mijn dochters lopen kwebbelend naar de auto. Praten over hoe ze het hebben aangepakt. Ze zijn heel trots op zichzelf.

Ik kijk in de achteruitkijkspiegel en zie vol liefde mijn grote meiden zitten. “Nou” zucht ik. “Ik heb jullie toch goed en zelfstandig opgevoed. Ik ben geloof ik toch wel een goede moeder.”
Mijn dochter draait met haar ogen en zegt: “Tuurlijk mama, jij bent een hele goede moeder. Wat raar dat je dat zegt.”

Ok dan. Ik ben een hele goede moeder. Eentje met een rijke fantasie die haar soms echt gek maakt.

 

(Wat had ik beter kunnen doen? Hoe had ik rust in mijn hoofd kunnen krijgen? Lees hier het blog  Hoe ontspan je met die drukte in je hoofd?)