Ademruimte bij boosheid en levend verlies

Een korte oefening om terug te komen bij jezelf bij levend verlies en boosheid

Boosheid kan je soms overvallen.

Je hoort het aan je stem. Je voelt het in je lijf. Je merkt dat je scherper reageert dan je zou willen. En vaak komt daarna meteen die tweede laag: schuld, schaamte of de gedachte dat je het anders had moeten doen.

Zeker wanneer je leeft met levend verlies kan boosheid ingewikkeld voelen. Bijvoorbeeld wanneer je partner, kind, ouder of andere naaste veranderd is door ziekte, hersenletsel, psychische kwetsbaarheid of een beperking.

Je kunt met je hoofd heel goed begrijpen wat er aan de hand is. Je weet misschien dat de ander het niet expres doet. Je weet waar bepaald gedrag vandaan komt. Je weet dat er sprake is van overprikkeling, verlies van flexibiliteit, behoefte aan structuur of onvermogen.

En toch raakt het je.

Dat maakt je niet hard.
Dat maakt je niet liefdeloos.
Dat maakt je mens.

Boosheid is niet altijd het tegenovergestelde van liefde. Soms komt boosheid juist op een plek waar liefde, gemis, vermoeidheid en machteloosheid heel dicht bij elkaar liggen.

Daarom hoeft boosheid niet meteen weg. Soms mag ze eerst begrepen worden.

Maar als je lichaam nog op scherp staat, is begrijpen vaak moeilijk. Dan kun je wel nadenken, maar je lijf doet nog iets anders. Je adem zit hoog, je kaken spannen zich aan, je schouders trekken op of je voelt de neiging om te verdedigen, te corrigeren of weg te lopen.

Op zo’n moment kan een kleine ademhalingsoefening helpen.

Niet om je boosheid weg te drukken.
Niet om jezelf tot rust te dwingen.
Maar om je lichaam heel even te laten merken: ik hoef nu niet meteen te reageren.

De oefening

  1. Ga zitten of staan op een manier die voor jou haalbaar is. Je hoeft niets bijzonders te doen. Alleen even opmerken dat je hier bent.
  2. Adem rustig in door je neus.
  3. Neem bovenaan die ademhaling nog een kleine extra inademing, alsof je nog een beetje lucht toevoegt.
  4. Houd je adem heel kort vast (4 tellen)
  5. Adem daarna langzaam uit door je mond (6 tellen). Maak de uitademing langer dan je inademing.
  6. Doe dit drie tot vijf keer.
  7. Daarna hoef je niet meteen iets op te lossen. Merk alleen op wat er gebeurt in je lichaam. Misschien worden je schouders iets zachter. Misschien zakt je adem een klein beetje. Misschien voel je nog steeds boosheid. Dat is niet erg.

De oefening is niet bedoeld om je boosheid te laten verdwijnen. Ze is bedoeld om wat ruimte te maken tussen wat je voelt en wat je doet.

Vragen die je jezelf kan stellen na boosheid en ademoefening

  • Wat raakte mij precies?
  • Waar werd ik bang van?
  • Wat mis ik op dit moment?
  • Waar ging ik misschien over mijn grens?
  • Wat heb ik nu nodig voordat ik reageer?

Soms komt er verdriet onder de boosheid vandaan. Soms angst. Soms vermoeidheid. Soms het verlangen naar hoe het vroeger was. Soms alleen de erkenning dat het veel is.

Ook dat mag.

Boosheid hoeft niet altijd als eerste gecorrigeerd te worden. Soms is boosheid een ingang naar iets dat al langer aandacht vraagt.

Geef jezelf daarom eerst ademruimte.

Niet omdat alles dan opgelost is, maar omdat je vanuit iets meer rust vaak beter kunt luisteren naar wat er werkelijk in jou gebeurt.


Let op: voel je je duizelig, benauwd of onveilig tijdens de oefening, stop dan en adem weer op je gewone manier. Deze oefening vervangt geen medische of psychologische hulp, maar kan wel een klein hulpmiddel zijn op momenten waarop boosheid groot voelt.

Interesse in een gratis gesprek of meer informatie?

Wil je kennismaken, een offerte voor een re-integratie traject (bij offerte word je sowieso gebeld)? Laat dan vrijblijvend je gegevens achter.

Waarvoor neem je contact op?

Je gegevens worden gebruikt, zoals omschreven in de privacyverklaring.